In Kenia en Tanzania maken jaarlijks meer dan een miljoen gnoes een rondreis van bijna duizend kilometer, met in hun kielzog tienduizenden zebra’s en gazellen. Ze volgen de regenval, naar het malse gras, scherp in de gaten gehouden door hongerige leeuwen, hyena’s, cheeta’s en gieren.

De trek verloopt volgens een vast patroon:
In december en januari, terwijl de kuddes de korte grasvlaktes in het zuiden van de Serengeti begrazen, worden de zebraveulens geboren.
In februari en maart breidt de kudde gnoes (familie van de antilopen) zich uit met tenminste 300.000 kalfjes.Binnen vijf minuten na hun geboorte moeten ze kunnen staan en lopen doen ze na een kwartier,anders redden ze het niet.

In maart en april valt de meeste regen en blijven de gnoes in het zuiden. Vanaf mei komen de kuddes in beweging, ze trekken in westelijke richting en in juni, wanneer de regens stoppen, heffen de gnoes hun curieuze maar indrukwekkende kop, snuiven de lucht op en zetten dan als één man koers naar het noorden. In juli vinden ze hun voedsel nog in het noordelijk deel van de Serengeti. In de loop van augustus steken de dieren de Keniaanse grens over naar de Masai Mara, waar sinds de voorjaarsregens aantrekkelijk gras is opgeschoten. De reusachtige kuddes veroorzaken hier een enorm spektakel,niet alleen voor het oog,ook vanwege de geur,het geluid en het stof.

In september, wanneer de vlaktes van de Serengeti op hun droogst zijn, blijven de gnoes in de Masai Mara. Tegen de tijd dat het gras hier op is, hebben frisse buien in Tanzania het stof weggespoeld. Dus zetten de kuddes in november en december weer koers naar het zuiden. Wanneer ze hun uitgangspunt in de Serengeti of de Ngorongoro weer bereiken, werpen ze hun jongen, die vervolgens zes maanden de tijd hebben om groot en sterk genoeg te worden voor de volgende trek.

Het reisschema kan per jaar overigens anders uitpakken: in een jaar dat de buien op zich laten wachten, schuift het gewoon een paar weken op. Om een langere droge periode te overbruggen, kan bijvoorbeeld de Tomson-gazelle haar draagtijd met zes weken verlengen. Valt er erg veel regen, dan blijven de kuddes soms gewoon in de Tanzaniaanse Serengeti.Tijdens de jaarlijkse migratie moeten duizenden kreupele, trage en zieke dieren het afleggen tegen vooral hyena’s en leeuwen. Nog meer slachtoffers vallen terwijl ze de kolkende,modderige rivieren Mara en Talek proberen over te steken, door verdrinking of tussen de kaken van een sluwe krokodil.